Meestribbelen, wat is dat? Tools in de strijd tegen burn-out.

Op 15 september was ik op de Boomgaardgesprekken die Dr. Eric Boydens organiseerde samen met Broedwerk. Het thema ging over transitie en tools voor het omgaan met burn-out. Op deze zonnige dag zaten wij als artsen, coachen en bedrijfsmensen samen onder de bomen te proeven wat we vanuit ons beroep ervaren en observeren en hoe we  onze cliënten en onszelf kunnen helpen in een wereld die als maar meer zelf signalen van een glabal burn-out begint te vertonen.  Als filosoof, therapeut en coach zijnde, vind ik het een zinvolle en inspirererende  oefening om burn-out als maatschappelijk verschijnsel te kaderen binnen een malaise op het vlak van zingeving en maatschappelijke ontwrichting in het algemeen. 

In de ochtend nam Jikke De Ruiter ons mee in haar pleidooi om als mensen die met en voor mensen werken meer van ons te laten horen. Naast de optie om je te voegen naar systemen (denk hierbij bvb aan professionele, sociale, economische, politieke of familiale structuren) die ons ziek maken of ons ervan af te keren, liet ze ons proeven van hoe het kan zijn om MEE te STRIBBELEN, een woord dat ik me met plezier eigen maak omdat het goed uitdrukt waar ik als mens mijn missie ervaar. (Het doet me bovendien erg denken aan wat Joanna Macy en Chris Johnstone in hun boek ‘Actieve Hoop’ de beweging van de grote ommekeer noemen)

Meestribbelen drukt voor mij de beweging uit die je mogelijk maakt door van binnen in het systeem zelf  op zoek te gaan naar die openingen die groei en verbinding toelaten. In tegenstelling tot het veroordelen van een systeem -en zo de weerstand tot verandering wakker te maken- helpt dit om respectvol mee te  buigen met de weerstand en op zoek te gaan naar het zijnspotentieel van binnen uit. Je kan zo de mens en het systeem opnieuw met elkaar verbinden omdat je oog hebt voor hoe de innerlijke problematiek van burn-out zich ook in de maatschappij zelf manifesteert en zo wordt burn-out geen probeleem van persoonlijk falen maar iets waar we als mens allemaal in meer of mindere mate mee te maken hebben. In plaats van de expert die aangeeft wat de ander kan doen, nodigt Jikke ons uit om op partcipatieve wij als co-onderzoeker met de ander op zoek te gaan naar wat we samen kunnen doen om ons lijden te verminderen, want ook wij lijden mee. 

In de namiddag liet de filosoof Pascal Chabot ons meewandelen in zijn laatste boek: ‘Exister et Resister’. Hoe kunnen wij én bestaan én weerstand bieden tegen de split die we als maar meer ervaren in de samenleving én in onze eigen beleving. Nadien ben ik ook enthousiast beginnen lezen in zijn eerder verschenen boek dat recent via crowdfunding in het Nederlands werd vertaald: ‘Filosofie van de burn-out’(Amsterdam University Press). Voor zij die het nog niet gelezen hebben of nog een duwtje nodig hebben, vindt je hier mijn leesverslag. 

Chabot duidt burn-out als een vermoeidheidssyndroom van een bepaalde soort; een vermoeidheid die in grote mate niet gevoeld of besproken mag worden, tot ze ons in elkaar doet stuiken. Burn-out is het best mogelijke  antwoord van de mens op de aanhoudende spanning tussen de mens en de eisen van de samenleving enerzijds en anderzijds, in tweede orde, de spanning binnen in de mens zèlf tussen het verlangen om mee te kunnen met de norm en het verlangen om een zinvol leven te leiden. Chabort catalogiseert burn-out dan ook niet als aanpassingsstoornis maar als spiegelstoornis. Op deze manier vraagt hij aandacht voor hoe het individu de verpersoonlijking wordt van de kloof die ook in de samenleving uitgestald wordt. De kloof tussen wat men de ‘persona’ zou kunnen noemen, het masker dat we dragen en dat onze loyaliteit met de samenleving als systeem uitdrukt en daarnaast onszelf als ‘levend individu’ dat zich niet als ding laat benaderen of laat beschrijven.

Chabot laat je als lezer op meerdere manieren voeling krijgen met het ambigue karakter van burn-out; als een vorm van uitputting die eveneens een stille een vorm van verzet is. Het alarmerend aantal mensen dat lijdt aan een burn-out is de verontrustende weerspiegeling van het techno-kapitalisme met zijn absurde eis om ons aan te passen zonder dat dit een hoger doel dan de groei van het techno-kapitalisme zelf dient. Wat de mens voelt als hij in de spiegel kijkt, is het bestaan van een ontologische grens: “het toppunt van leegheid is dat je je altijd aanpast zonder ooit jezelf te worden” (p.49), dit is een manifastatie van een verregaande vervreemding! De zinvolle relatie tussen verleden, heden en toekomst verdwijnt doordat tijd verarmt tot ‘productiviteit’ die alles aan ‘intimiteit’ en ‘beleefde tijd’ opslokt of vermarkt. 

Zo komen we tot een defintie van burn-out als gevolg van de onbalans tussen utilitaire en subtiele vooruitgang in onze samenleving waarbij de eerste gekenmerkt wordt door expansie, de tweede door verfijning. In de woorden van Chabot; het bruikbare en het breekbare. Door het bruikbare in zijn dominantie te laten bestaan, is de subtiele vooruitgang te lang gesmoord en verdrukt en kunnen we niet meer putten uit haar zingevende kracht. Dit is kunnen gebeuren omdat het subtiele enkel kan floreren binnen een kader van initiatie, opbouw door ervaring, geduld en dus tijd. Deze oefening in ‘la condition humaine’ staat haaks op de downloadbaarheid van de kennis van het vooruitgangsdenken. Het rolmodel van de computer tegenover het rolmodel van de moeder, de leraar of de arts.

De vraag is hier niet welk rolmodel we verkiezen maar wel hoe we deze twee rolmodellen naast elkaar kunnen laten bestaan? Chabot doet ons een interessante suggestie: het herstel van het metafysisch karakter van het geven van erkenning. Dit klinkt voor velen onder ons hopelijk vanzelfsprekend; dat we elkaar oprecht erkennen voor de inspanningen die we leveren en de tol die we betalen in ons leven. En toch ervaar ik net op dit punt de pijn van cliënten op de meest tastbare wijze. Ook in mijn eigen leven kon ik twaalf jaar geleden tijdens mijn eigen ‘burn-out jaar’ de beschadigende tol voelen van het meer geven dan je ontvangt. De nood aan erkenning gaat over het gezien worden in wat je geeft als mens doorheen je werk en dat is niet enkel zichtbaar in het resultaat van je werk.

Mensen krijgen en geven makkelijk bruikbaarheids- of schoonheidsoordelen maar het erkennen van de diepere menselijke investering blijft meestal achterwege. Door het krijgen van erkenning voor de persoonlijke, subjectieve investering die je als werknemer doet, kunnen mensen betekenis geven aan hun inspanning. Hun inzet door te lijden (het overlaten van opvoeding van de kinderen aan derden, het niet hebben van tijd om met vrienden om te gaan, het uitputten van fysieke krachten, het niet kunnen leven op ritme van de seizoenen,….) krijgt daardoor te weinig erkenning, laat staan dat het zich kan transformeren naar betekenis. Mensen offeren graag zaken op die hen dierbaar zijn op voorwaarde dat dit voelbaar bijdraagt aan het beleefbare welzijn van anderen! Het miskennen van deze fundamentele logica van samenwerking noemt Chabot een bewust georganiseerde vorm van machtsmisbruik door hiërarchische meerderen. 

Zo verklaart hij ook ineens de hogere prevalentie van burn-out bij vrouwen. Vrouwen zijn niet gevoeliger maar zetten zich integendeel  juist nog harder in om in hoofde van het mannelijke construct van de instrumentele rede zichtbaar te worden en erkenning te krijgen voor hun investering als 100% vrouw én als 100% aangepast aan deze instrumentele rede. 

Ook hier wordt duidelijk waarom burn-out geen endogene kwaal is maar een spiegelstoornis die net dat reflecteert wat we moeilijk kunnen accepteren, nl het verwaarlozen van de menselijke inherente nood aan subtiele vooruitgang als uiting van scheppen in relatie tot anderen. En deze vorm van betekenisgeving en creatie vanuit relatie gebeurt vooral in het onderwijs en de zorg, twee vervrouwelijkte sektoren waarin veel burn-out voorkomt. Naast het veelvuldig bezig zijn met de ontwikkeling of problemen van anderen - daarbij de relatie inzettend als instrument waardoor ook de eigen gevoeligheid en overdracht wordt geapelleerd - is het bij uitstek een van erkenning verstoken sector in een maatschappij die geen medeleven meer heeft en enkel nog meet. 

En hier raakt Chabot aan mijn eigen motto: “Waar je struikelt, ligt je schat”. Een burn-out is niet enkel een act van verlies maar ook een uitnodiging! Het innerlijke vuur dat in elke mens brandt, het vuur dat ons kan uitputten, levert tegelijkertijd de sintels waardoor de vlam opnieuw kan ontsteken. Het is een uitnodiging om weer op zoek te gaan naar de middelen en het midden om ons uit te drukken en het leven zijn opwinding en betekenis terug te geven. De mens moet de moed vinden om als individu opnieuw trouw te durven zijn aan wat voor hem of haar het allerbelangrijkste is. Zo moet ook de filosoof blijven nadenken over het concept van het goede leven en wat dat voor de mens en de samenleving kan betekenen. Chabot neemt ons alvast mee in volgende denkpistes: die van het evenwicht en het pact. 

De kloof die zich in en door de burn-out manifesteert kan gedicht worden door een oefening in verzoening tussen het intuïtieve en het normatieve evenwicht. Het intuïtieve evenwicht bereiken we door het lichamelijk gewaarzijn terug in ere te herstellen. Het lijfelijk gewaarzijn is een rijke vorm van onbemiddeld weten dat ons rechtstreeks vertelt hoe het met ons in een gegeven situatie is gesteld. Hiernaar luisteren helpt ons om steeds als een koorddanser intuïtief ons evenwicht te hervinden. Het normatieve evenwicht helpt ons afstemmen op de collectieve normen. Ideaal is een situatie waarin het individu zichzelf niet hoeft te ontkennen om deel uit te maken van het collectief. Ook Aristotels sprak al over het goede leven als het juiste midden van deze harmonie waardoor het leven ons schoonheid en vreugde schenkt. Individueel kan dit maar lukken als we ook op collectief niveau een pact sluiten met de technologie waarbij de ontwikklingslogica zich opnieuw ten dienste moet stellen van de mens. 

 De verdienste van Chabot situeert zich vooral in het onderzoek als filosoof van de praktische rede waarbij hij de vraag naar het goede leven opnieuw in ere herstelt. Als filosoof, therapeut en coach deel ik met hem een zelfde bezorgdheid. Voor wie hier graag verder in wil ontdekken, raad ik naast de andere werken van Chabot ook de boeken van Erich Fromm aan. Reeds in 1976 verscheen van hem Een kwestie van hebben of zijn. Naar een nieuwe levenoriëntatie in de consumptiemaatschappij. Het boek is nog brandend actueel! 

Dank aan iedereen die er was en die deze rijke 'droomgaarddag' mee mogelijk maakte. Op de meestribbelaars!

Veerle Meurs

Con Brio!